Op jezelf durven te vertrouwen

zelfvertrouwen

Vertrouwen

Zoals het woord zelf al zegt, is zelfvertrouwen de mate waarin je vertrouwt op wat je zelf kunt. Als je zelfverzekerd bent, dan durf je in hoge mate te vertrouwen op je eigen kunnen. Het beeld wat je van jezelf hebt is goed: er wordt dan ook wel gezegd dat iemand een positief zelfbeeld heeft.

Wat is het precies?

Op jezelf kunnen vertrouwen betekent dat je gelooft in jezelf. Je kunt goed inschatten wat je wel en niet kunt. Dat betekent niet dat mensen die in zichzelf geloven dingen ook beter kunnen dan mensen die zichzelf onderschatten. Ze hebben wel een realistischere kijk op hun mogelijkheden en hebben daar bovendien ook meer vrede mee dan mensen met een minder goed zelfbeeld.

Bovendien zorgt hun zelfverzekerdheid ervoor dat ze minder afhankelijk zijn van de mening van anderen. Anders gezegd: ze hebben minder externe goedkeuring nodig om zich goed over zichzelf te voelen. Mensen die minder goed op zichzelf kunnen vertrouwen, hebben daarentegen meer goedkeuring van anderen nodig om zich toch goed te voelen over zichzelf.

Wat merk je ervan?

Wanneer je op jezelf kunt vertrouwen, dan heeft dat een positief effect op je gemoedstoestand. Je kunt goed om gaan met de hoogtepunten (successen) en dieptepunten (tegenvallers) van het leven. Mensen die in zichzelf geloven zullen eerder successen aan zichzelf toeschrijven en tegenvallers aan externe omstandigheden. Je kunt je goed voorstellen dat dit je meer innerlijke rust geeft.

Hoe kom je eraan?

Een positief beeld over jezelf krijg je ten dele mee vanuit je persoonlijkheid. Tegenwoordig wordt er van uit gegaan dat een deel van je persoonlijkheid ontstaat vanuit je erfelijke eigenschappen (“nature”) en een deel uit je opvoeding en omgevingsfactoren (“nurture”). Zelfvertrouwen krijg je ook op het moment dat je merkt dat je een bepaalde taak tot een goed einde kan brengen. Dat betekent twee dingen: het is een deels aangeleerde vaardigheid en je kunt het op verschillende gebieden hebben.

Vertrouwen op je eigen kunnen is dus voor een deel aan te leren. Als je net je rijbewijs hebt gehaald, dan zal je in het begin nog wat onzeker zijn op de weg. Na verloop van tijd zal het vertrouwen dat je goed een auto kunt besturen bij de meeste mensen vanzelf komen. Zij rijden dan met vertrouwen rond. Daarnaast kun je op verschillende gebieden in jezelf geloven. Een loodgieter kan goed een leiding aanleggen en daar zal hij dus vertrouwen in zichzelf over hebben. Dat zegt alleen niets over de mate waarin hij bijvoorbeeld vertrouwen heeft in zijn kwaliteiten als automobilist, als hij al een rijbewijs heeft natuurlijk.

Wat kun je eraan doen?

Als je meer vertrouwen in jezelf wilt hebben dan wordt er in de psychologie van uitgegaan dat dat mogelijk is. Met gerichte psychologische therapie, zelfhulp en eventueel in combinatie met specifieke medicatie kun je een positiever zelfbeeld en meer vertrouwen in jezelf krijgen.

Een voorbeeld van een therapievorm is de cognitieve gedragstherapie, die er van uitgaat dat overtuigingen over jezelf (“beliefs”) zijn te veranderen. Dat heeft echter wel tijd nodig en je zult er flink wat moeite voor moeten doen. Bovendien zul je de lat niet al te hoog moeten leggen: van een vijf zul je waarschijnlijk geen tien kunnen maken (maar een zeven of acht is ook al heel mooi). Je kunt jezelf troosten met de gedachte dat iedereen wel eens onzeker is en dat mensen er aan de buitenkant veel zelfverzekerder uitzien dan ze vaak zijn.